Interview: Tita van der Pot

“Heel Rotterdam komt bij de jeugdverpleegkundige voorbij”

Zeker 43 procent van de Nederlandse jongeren ervaart last te hebben van psychische klachten. Dit zorgwekkende beeld komt naar voren, in een onlangs door Mind en 3FM gehouden landelijk onderzoek. Tita van der Pot (51) is jeugdverpleegkundige bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) Rijnmond, en werkt sinds negen jaar op het voortgezet onderwijs. We spreken haar over de jongeren die zij ontmoet en begeleidt, en de psychische klachten die daarbij zoal langskomen. Naast haar werkzaamheden op verschillende scholen, verwerkt ze haar ervaringen in een blog: ‘Praten met een brugklasser’.

“Ieder jaar presenteer ik mijzelf tijdens het mentoruur aan de leerlingen als schoolverpleegkundige. Dat wanneer er dingen niet lekker gaan, ik met ze kan meedenken. Samen kunnen we bekijken wat we ermee kunnen. Ik benoem ook het beroepsgeheim dat ik heb, en dat er situaties zijn waarbij ik dit moet doorbreken. Ik vertel de jongeren dat ik ze in de loop van het schooljaar allemaal ga spreken, en dat ik hoop daarbij hun vertrouwen te krijgen. Dat onderzoekspercentage van jongeren die psychische klachten ervaren is wel erg hoog. Aan de andere kant is het begrip psychische klachten natuurlijk wel erg ruim. Toch merk ik in de gesprekken die ik met jongeren voer, wel dat er snel ‘iets’ is waar je het over hebt. Voorafgaande aan het gesprek vullen brugklassers een vragenlijst in. Deze lijst vraagt bijvoorbeeld of de jongere weleens last heeft gehad van depressieve gevoelens, piekeren, maar ook of hij/zij zichzelf weleens expres heeft verwond. Daarnaast komen ook vragen over wat meer psychosociale klachten aan bod zoals hoofdpijn, buikpijn, misselijkheid en angsten. Op al die onderwerpen zijn er wel kinderen die scoren. Wanneer ik dan doorvraag, dan komen er soms toch bepaalde gevoelens naar boven. Bijvoorbeeld angst voor het verliezen van een ouder, maar ook andere angsten zoals bang zijn in het donker is iets wat vaker naar boven komt. Depressieve gevoelens komen veel voor. Vaak zijn er dan externe factoren. Echtscheiding van ouders bijvoorbeeld, overlijden of andere heftige ingrijpende gebeurtenissen in hun leven”.

“Sommige kinderen hebben een enorme draagkracht”

“Het is niet zo dat dit allemaal klachten zijn waarvoor deze kinderen richting de GGZ gaan. Ik vraag die kinderen stuk voor stuk uit, dan komt er dus wat. Voor een heel groot deel zijn dat denk ik geen dingen waar actie op moet worden ondernomen, of waardoor ouders en de omgeving signaleren dat het niet goed gaat met dat kind. Toch krijgt dit in het gesprek dan wel even de aandacht. Dat is de kracht van preventief werken. Als ik ruwweg inschat in hoeveel gevallen het echt niet goed gaat met een kind, dan kom ik niet aan de 43 procent waarvan ik denk dat er meer hulp wenselijk is. Niet ieder kind heeft die externe hulp nodig. Er zijn behoorlijk wat kinderen met gescheiden ouders die het daar best moeilijk mee hebben. Toch hebben ze lang niet allemaal behoefte aan een gesprek met een hulpverlener. Ik vraag wel bij wie een kind met zijn of haar verhaal terecht kan. Ook geef ik zo’n kind een website mee, voor en door kinderen met gescheiden ouders. Ik zie ze dan na een tijdje opnieuw. Vaak is het dan prima, ik kijk hoe kinderen op me overkomen. Sommige kinderen hebben een enorme draagkracht”.

“Om dan de aap uit de mouw weten te krijgen zie ik wel als een uitdaging”

“Laatst zag ik een jongetje. Dat begon te huilen bij het invullen van de vragen over zijn gezinssituatie. Zijn ouders bleken al tien jaar gescheiden te zijn. Toch kwam er ineens een hoop boven bij die jongen. Terwijl andere kinderen er middenin zitten, en daar stevig mee om weten te gaan. Dat is zo ontzettend verschillend per kind. Ik vroeg bij een andere jongen door over hoe het thuis ging. Na enige aarzeling, lag al snel het onderwerp huiselijk geweld op tafel. Ik ben er een week mee bezig geweest om daar vervolggesprekken aan te koppelen. Zo’n gesprek met een kind kan dus vijf minuten duren, maar je kan er ook een week zoet mee zijn. Ik heb weleens een leerling nog dezelfde dag naar het Riagg gebracht. Een suïcidale jongen die al een brief klaar had liggen. Om dan de aap uit de mouw weten te krijgen, zie ik wel als een uitdaging. Bijzonder was dat het zijn vrienden waren die zich zorgen om hem maakten. Via de schoolleiding kreeg ik het verzoek om een gesprekje aan te gaan met deze jongen. Binnen vijf minuten had ik hem de vraag gesteld of hij eraan dacht een einde aan zijn leven te maken. Onder veel tranen bevestigde hij dat. Na een indringend gesprek, besloot hij het aan te gaan. Dit met de juiste professionele hulp. Inmiddels zijn we jaren verder en is hij er nog steeds”.

“Of er rond het thema psychische klachten een taboe heerst? Voor een deel is dat zeker het geval. Ook het niet willen weten, of de moeite om er woorden aan te geven kan een rol spelen. Het kan om vage en moeilijke gevoelens gaan, waar een kind zich nog geen raad meer weet. Ze zijn zo in ontwikkeling en juist op de middelbare school komt er veel op hen af. Hierdoor zijn ze ook niet altijd actief bezig met hun binnenwereld. Vergelijk het met een ontsteking. Lang kan het blijven sluimeren, tot deze door een prikkel ineens uitbarst. Zo kunnen psychische klachten zich naar mijn idee ook openbaren. Ik ben ervan overtuigd dat ik deze kinderen ook lang niet allemaal ‘vang’. Er zijn er genoeg die mooi weer spelen, waar ik vaak wel een bepaald gevoel bij heb. Ze zeggen dan dat alles goed met hen gaat, terwijl ik er soms moeite mee heb dit helemaal te geloven. Het is dan ook goed om een stukje openheid te creëren. Ik geef na ieder gesprek aan, of ik het gevoel heb dat het goed gaat met het kind. Ook vraag ik met wie het kind praat wanneer het niet goed gaat. Vervolgens gaan ze de deur uit met een handig foldertje in zakformaat. Hierin staan websites vermeld die aansluiten bij mogelijke knelpunten en problemen die kinderen ervaren”.

“Stoere jongenscultuur onderling”

“Op een van de scholen waar ik werk, heb ik er samen met de zorgcoördinator voor gevochten dat er maatschappelijk werk is ingekocht. Hierdoor is er daar nu een laagdrempelig persoon, waarmee de kinderen kunnen praten. Vanuit mijn functie heb ik de school duidelijk kunnen maken dat het erkennen van psychische klachten onder leerlingen nodig is. Een van mijn andere werkplekken, heeft door de kleinschaligheid altijd bekend gestaan als veilige school. Omdat dit voor ouders goed voelt, heb ik de theorie dat er hierdoor relatief meer kwetsbare kinderen terechtkomen. In de loop der jaren heb ik een aantal meiden met psychische problemen opgenomen zien worden. Er zijn veel kinderen die zich niet staande kunnen houden. Er zou meer informatie over gegeven kunnen worden aan de leerlingen. Bijvoorbeeld via speciale video’s waarin kwetsbare jongeren anderen voorlichten. Dit zou zeker zinvol kunnen zijn. Juist om de bestaande taboes te doorbreken. Ik heb weleens een jongen tegenover me gehad met veel gelijkmatige sneetjes op zijn arm. Bij navraag vertelde hij dat de poes dit had gedaan. Na wat doorvragen of hij dit niet toch zelf had gedaan, was zijn reactie de angst om voor ‘Emo’ te worden aangezien. In zijn beleving de grootste belediging. Op dat niveau sta je dan met een dertienjarige. Daarin valt dus nog heel wat te winnen, in die stoere jongenscultuur onderling”.

“Ik wil de lezer meegeven wat er te bereiken valt met de gesprekken”

“Voor mij ligt de grootste uitdaging, in het bieden van een opening voor gesprek voor ieder kind. Het hopen dat je iets kunt meegeven. Waar ze met hun vragen of problemen terecht kunnen, en dat ze daar over durven te vertellen. Dat ze dit goed kan doen, en als prettig ervaren. Soms staan ze van zichzelf te kijken waar de tranen ineens vandaan komen. Om iets van lang geleden of recent. Dat is voor mij een uitdaging, om dit voor ieder kind weer goed te doen. Sinds een tijdje schrijf ik een blog. Hierin verwerk ik mijn ervaringen van mijn gesprekken met brugklassers . Er kwam een oproep vanuit de organisatie, over hoe we onszelf beter naar buiten toe zouden kunnen presenteren. Wie we zijn en wat we doen. In mijn blog vertel ik hierover in verhaalvorm. Heel Rotterdam komt bij de jeugdverpleegkundige voorbij , want alle brugklassers krijgen een gesprek met de jeugdverpleegkundige. Daar vertel ik over, om op deze manier een stukje van mijn werk te laten zien. Ik krijg hier leuke reacties op. Dit zowel van collega’s als externe professionals binnen het werkveld. Het is voor velen herkenbaar. Ik wil de lezer meegeven wat er te bereiken valt met de gesprekken. Ook met het oog op de jaarlijkse handvol ouders die niet willen dat de jeugdverpleegkundige met hun kind spreekt. De reden hiervan, of waar ze bang voor zijn is niet altijd duidelijk. Wellicht bereik ik deze ouders op deze manier toch een beetje”.

De blog van Tita van der Pot lezen? Deze is hier te vinden.

CJG Rijnmond staat naast ouders om gezond en veilig opgroeien mogelijk te maken. Ze mobiliseren de eigen kracht vanaf de zwangerschap tot aan de volwassenheid van de jeugdige. Dit doen zij in afstemming met ouders en andere betrokkenen door preventieve en tijdige inzet van zorg, dichtbij en in de (vertrouwde) omgeving van het gezin. Daar waar nodig bieden ze vraaggericht extra ondersteuning en aandacht aan. CJG werkt samen met bestaande zorg- en welzijnsorganisaties, schoolmaatschappelijk werk, de gemeente Rotterdam en scholen. Zo proberen zij het opvoeden en opgroeien van kinderen zo fijn mogelijk te maken.

Permanente koppeling naar dit artikel: https://denk-raam.nl/interview-tita-van-der-pot/

7 reacties

Naar het reactie formulier

    • Marc Hendriks op 15 juni 2017 om 14:17
    • Reageer

    Mooi om dit zo te kunnen lezen. Je staat er nooit bij stil dat er nog een hele wereld achter zit. Erg menselijk interview!

    • Thea op 15 juni 2017 om 14:20
    • Reageer

    Heftig zeg dat stuk over die jongen. Wat goed dat er ondanks dat de scholen zo groot zijn, toch op deze kinderen word gelet. Mooi beroep heeft deze mevrouw!

    • willie op 15 juni 2017 om 20:06
    • Reageer

    Goed interview! Bedankt denkraam 🙂

    • J.ten Haven op 16 juni 2017 om 07:03
    • Reageer

    Helaas een actueel onderwerp. Goed dat hier wat meer aandacht voor is. Goed verdiepend stuk.

    • Suzanne op 16 juni 2017 om 22:10
    • Reageer

    Trots op mijn directe collega. Tita wat weet je mooi woorden en kleur te geven aan onze heerlijke doelgroep, waarbij het zo prettig is dat ze gehoord en gezien worden, de tijd krijgen die ze nodig hebben. Soms zo kwetsbaar, vaak zo sterk en zo zoekende naar “wie ben ik” en “wat denken ze van mij”. Werk met n lach en n traan….. alles mag gezegd worden, geen vraag is te gek…. ieder kind weer n verrassing…..

    • Anneke op 18 juni 2017 om 16:54
    • Reageer

    Wat een mooi stuk. Heel integer verhaal. 🙂 Zelf vroeger ook met jongeren gewerkt dus ik herken wel wat dingen.

    • Marijke op 19 juni 2017 om 08:10
    • Reageer

    Prima interview!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.