STELLINGEN OVER GEMEENTEBELEID OP HET GEBIED VAN ARMOEDEBESTRIJDING, SCHULDREDUCTIE EN DEELNAME AAN BETAALDE OF ONBETAALDE ARBEID

Voor alle duidelijkheid: deze stellingen zijn geschreven door Tjeerd de Boer, econoom op verzoek van Hans Goosen van RoSA! voor de bijeenkomst over armoedebeleid van 1 juli in de Pauluskerk.
Toen kwamen ze niet, maar ze zullen in september 2019 wel aan de orde komen in een vervolg-discussie over een anti-armoedebeleid dat veel verder gaat dan genoemd in de drie rapporten van de gemeente Rotterdam.

Boekomslag Frits van Hartingsveld

Stelling 1 : Armoede is in 1e instantie geldarmoede. Armoedebestrijding moet dus beginnen met het verruimen van financiële middelen voor mensen in armoede. Nu geldt dit vooral voor mensen die langere tijd moeten leven van een minimuminkomen zoals in de bijstand. In het rapport “Mensenwerk” werd aangeduid dat van de bijna 38.000 mensen in de bijstand de helft niet of zeer moeilijk betaald werk kan krijgen. Voor een deel hangt dit af van een misselijk maar nog steeds onverwoestbaar vooroordeel bij veel werkgevers over oudere (45 plus) werknemers.

Voor alle mensen bij wie vaststaat dat zij intussen ten minste 3 jaar moeten leven van de bijstand en dat zij niet binnen enige jaren uitzicht hebben op betaald werk, MOET de langdurigheids-toeslag terugkomen (minstens 340 euro per jaar voor eenpersoonshuishoudens).
En voor alle huishoudens die minstens 3 jaar van een minimum inkomen leven, moeten voorzieningen, zoals tandartskosten die boven de maximum vergoedingen van de verzekeraars uitgaan, terugkeren zoals in de tijd van ‘de Brug’ (vóór 2014).

Belangrijkste argument voor stelling 1 is dat in het begin zullen een aantal mensen wel kunnen rondkomen van een minimuminkomen, voor zover zij enig spaargeld hebben. Echter na verloop van tijd zal duidelijk worden dat een minimuminkomen structureel te laag is om daarvan rond te komen. Zie bijvoorbeeld de NIBUD begrotingen voor minimale uitgaven voor levensonderhoud en wonen. Het is niet of nauwelijks mogelijk om wat te sparen met een minimuminkomen, zodat financiële problemen (ook leningen!) dreigen zodra bepaalde noodzakelijke goederen zoals een wasmachine, vervangen moeten worden. Vakantiegeld wordt vaak gebruikt om – tijdelijk- niet rood te staan.

Stelling 2: Mensen met een uitkering die tegenprestatie leveren door vrijwilligerswerk, en van wie wordt gesteld dat zij geen betaald werk meer zullen krijgen, moeten een vergoeding krijgen. Op dit moment mag een vrijwilliger maximaal 1.700 euro netto verdienen, belastingvrij en uiteraard zonder verrekening door een uitkerende instantie. Dit vereist ook een omslag van denken van verachting en bestraffing van mensen met een uitkering -onder het motto dat je wel wat terug mag doen van onze belastingcenten- naar ten minste enige financiële waardering voor mensen die werkelijk van zins zijn meer te doen dan hun hand op te houden.
Van verachting naar waardering kortom.

Stelling 3: De bijstand als basisuitkering voor alle mensen met tijdelijke of deeltijdbanen. Het gaat te ver nog om te pleiten voor een algemeen basisinkomen dat landelijk geregeld moet worden en een totale ander belastingstelsel vereist. Hier gaat het om een bijstandsgarantie, ofwel een maandelijks gegarandeerd minimuminkomen voor mensen met tijdelijk of deeltijdwerk. Stel dat van de 38.000 mensen in de bijstand de helft werk kan krijgen -gegeven de hoogconjunctuur. Verwacht kan worden dat de meesten geen vaste en volledige baan zullen krijgen die langer dan een jaar duurt. In dat geval kan je verwachten dat het inkomen hoger is dan bijstandsniveau, weliswaar met moeite omdat huur- en zorgtoeslag lager worden (‘de armoedeval’). Mensen met deeltijd of tijdelijk werk echter riskeren grote moeilijkheden met het toekennen c.q. terugvorderen van genoemde toeslagen bij wisselende inkomsten. Niet zelden kwam daardoor deze groep werknemers in de schulden, geheel buiten hun schuld omdat ze gedurende een jaar geen overzicht hadden op hun inkomsten uit werk, dan wel uitkering.

Voor een groot deel gaat het hier om administratieve verbeteringen, zoals geef via een app aan welke veranderingen te verwachten zijn bij huur- en zorgtoeslag bij veranderingen in hoogte van inkomen. En als iemand door werk meer verdient dan bijstandsniveau, reken dan teveel ontvangen bedragen af aan het eind van een belastingjaar. Belangrijk is dat men ingeschreven blijft bij de Dienst Werk en Inkomen, zodat de malaise van herinschrijving en wachttijden vermeden wordt. Tenslotte zal ook bepaald moeten worden welke bedragen bovenop de bijstandsuitkering behouden mogen worden in geval van kleine banen. Stel voor minimaal 150 euro netto per maand voor alle inkomens op bijstandsniveau uit werk en/of uitkering. Daarboven vervallen de regelingen.

Stelling 4 : Omdat minimumlonen echter al decennia achterblijven bij de gemiddelde toename van lonen, moet het minimumloon van 9 euro per uur omhoog naar 14 euro netto. Met name wegens steeds hogere woonlasten is het steeds moeilijker of onmogelijk om redelijk te kunnen leven van een minimumloon. Om die reden moeten huurtoeslagen ook worden aangepast op lage inkomens zodat in ieder geval een armoedeval wordt ondervangen waardoor iemand op bijstandsniveau terugvalt.

De FNV is een grote campagne begonnen (www.veertien.nu) om het minimumloon naar 14 euro per uur te krijgen voor de volgende kabinetsperiode. Op 14 april ging de kop eraf met een demonstratie langs het duurste appartement in aanbouw op Katendrecht (20 miljoen euro).

Overigens is het stelsel van huurtoeslag bewijs van uit de hand gelopen huren die niet meer te betalen zijn voor mensen met een laag inkomen. De veryupping van wijken (gentrificatie) maakt het zelfs voor mensen met middeninkomens moeilijk om de woonlasten op te brengen. En je moet er niet aan denken hoe snel deze mensen op straat staan na ontslag, ziekte of echtscheiding als het gaat om woonlasten vanaf 1000 euro per maand.

Stelling 5: Bij het bevorderen van zelfredzaamheid van mensen met een uitkering moet worden gewaakt voor de kosten van een geheel van begeleiders en beleidsmedewerkers t.o.v. de kosten voor het creëren van extra werkgelegenheid door de gemeente. Bijvoorbeeld de ‘social return’ regeling voor aanbesteding van mensen met een handicap bij ondernemingen. Ook kan worden overwogen om basisbanen te creëren uit het budget van de Participatiewet.

In een vorige artikel noemde ik het een voordeel dat de gemeente kiest voor benaderen i.p.v. bestraffen van mensen in een uitkering. Let wel dat bestraffen regelrecht voortkwam uit die turbocultuur van individualisering: iedereen is verantwoordelijk voor zichzelf en mag een ander niet (financieel) tot last zijn. Straf de Armen, zoals de socioloog Waquant aantoonde. Men vergeet echter hoeveel mensen buiten hun schuld werkloos of arbeidsongeschikt werden en bovenop te moeten leven van lage uitkeringen werd voor velen, met name ouderen, de uitkering een gevangenis waar ze niet meer uitkwamen. Honderden sollicitaties en weer geen succes.

Door die keiharde individualiseringscultuur werden mensen met een uitkering ook vernederd en veracht als zijnde waardeloos, zonder verdiencapaciteit. In het hele land zijn schrijnende gevallen bekend van mensen met een uitkering die dwangarbeid, dan wel volslagen zinloze arbeid moesten doen. In Rotterdam bekend geworden als Pietertje Prik de papierprikker. Anderen werden keihard bestraft wegens kleine administratieve fouten. Ook op die manier werden duizenden mensen de vernieling in geholpen, sociaal, psychologisch en financieel.

Het is dus goed dat de gemeente nu van alles inzet om het vertrouwen terug te winnen van mensen in de bijstand die murw gebeukt of depressief, het geloof in zichzelf ook moeten terugwinnen!
Het afstaarten van het SyRI plan is een goed voorbeeld op weg naar dat wederzijdse vertrouwen.

Bron: Tjeerd de Boer, econoom, via nieuwsbrief 135 RoSa! d.d. 15 juli 2019

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.