Het is september van het jaar 2019. Ik reis 8 september per trein af naar Zuid-Frankrijk. De Mont Ventoux ligt in de Provence tegen de Franse Alpen aan geplakt. Als een puist in de leegte eromheen. Een immense berg van bijna 2000 meter hoog. Ik fiets al tegen dit gekke ding op sinds mijn 18e. In de 18 jaar die volgen fiets ik 59 keer naar de top. De ene keer met meer moeite dan de andere. Het is een passie, een manier van leven. Ondanks mijn depressie die na 2013 ontstaat kom ik weer terug in 2017, 2018 en 2019. Zwaarder als voorheen, zwaarmoediger dan ik ooit was. Toch ploeter ik me telkens weer een weg omhoog. De zwaartekracht trotserend en de sombere gedachten van me af slaand.

Op 9 september rijd ik in 1:40:00 via de makkelijke ‘toeristenkant’ voor de 60e keer de berg op. Wat een prestatie. Niks gepresteerd in het leven, maar wel zestig keer boven op de Mont Ventoux staan op je 36e. Wie doet dat je na? Woensdag de 11e de loodzware zuidkant op het menu, met het steile bos uit de Tour de France van 10 kilometer voor de kiezen. Lichter dan vorig jaar -gewicht verloren door een relatie die meer stress dan genoegen gaf- kachel ik als vanouds omhoog. Op een geven moment lig ik maar 13 minuten boven mijn hemelse tijd in de mooie zomer van 2009, achteraf gezien een ‘manische’ zomer of gewoon een zomer dat het gewoon lekker met me ging. Het laatste stukje tegen de middag van 11 september verlies ik nog drie minuten, maar ik voel de emotie en barst haast in tranen uit op mijn racefiets. Ik leef nog, ik fiets nog steeds en het gaat nog steeds verdomde hard. Fuck die klote depressie, de klote gedachten die maar blijven rondtollen in mijn hoofd. Ik voel dat er herstel in zit, ik kan het haast vastpakken.

Vrijdag de 13e echter gaat het totaal mis. Een laatste beklimming van de Ventoux, over de noordzijde, die mijn totaal voorlopig op 62 brengt, gaat wederom uit het boekje. Slechts twee minuten langzamer dan de woensdag. De meningen zijn er verdeeld over. Is de noordkant moeilijker of makkelijker als de zuidkant? Percentueel verschillen ze niet veel van elkaar. Wat de noordkant voor mij moeilijker maakt is dat deze klim onregelmatiger is. Zeer steile stukken afgewisseld met minder steile en zelfs vlakkere stukken.

Waar het echter misgaat is dat ik de derde afdaling onbedoeld aangrijp om een potje te gaan racen met een vriend, die voor het eerst op de berg is deze week. Samen starten we de afdaling. Op een gegeven moment gaan we elkaar inhalen. Mijn maat op de rechte stukken en in de bochten kom ik langszij. Dit gaat 18 kilometer goed. Bij een zoveelste inhaalmanoeuvre gaat het mis. Hij houdt de bocht niet op het moment dat ik passeer, en hij moet uitwijken en belandt in de berm. Godzijdank de berm, want een reling met afgrond had desastreus kunnen aflopen. In een moment van black-out nemen we allebei onverantwoorde risico’s. Mijn maat duikt de berm in en heeft slechts lichte schade aan lijf en materiaal. Maar godverdomme, wat schrok ik me de tyfus. Meer dan vijftig keer ging ik via de noordzijde naar beneden. Met zulke snelheden zijn er altijd risico’s, maar altijd gaat het goed. Tot vandaag, vrijdag de 13e, toeval of niet. Allebei hebben we een engeltje op onze schouders gehad. Bij een zware crash waren de gevolgen niet te overzien geweest. Het is een leermoment voor ons beiden. Nooit, maar dan ook nooit meer zal ik me zo laten gaan. Het besef dat het leven zo fragiel is als de pest blijft een paar dagen in mijn hoofd hangen. Niet bevorderlijk voor de reeds aanwezige depressieve gedachten in mijn hoofd.

Het leven is een harde leerschool, 15 dagen later word ik weer met mijn neus op de feiten gedrukt. Facebook, het medium waarin iedereen maar roept wat hij wil, is mij 28 september niet gunstig gezind. Ik word geconfronteerd met twee onbeschofte opmerkingen, van zowel mijn beste vriend als mijn biologische vader. In mijn ogen onbeschoft. Ik laat mij begin september als eens schofferen door beiden. Daar zei ik toen niets van. Ik, die altijd maar over zich heen laat lopen, besluit het voor één keer niet in te slikken maar er tegen in te gaan. Dat heeft consequenties. Met mijn vriend heb ik een zouteloze discussie die het vermelden niet waard is. Mijn biologische vader denkt hier nog een schepje boven op te doen door zich te gaan bemoeien met een reactie van een vriend aan een zoon.

Ja Jeroen dat is het risico van sociale media. Woorden kunnen zo uit hun context gerukt worden. Voor dat je het weet heb je ruzie met de hele wereld. Ik ga niet inhoudelijk in op de context van de reacties, maar ik voelde me zwaar verontwaardigd. Met dit klote gevoel ga ik naar mijn vriendin met wie ik anderhalve maand samen ben op dat moment. Zij presteert het onmogelijke, me te laten staan op het moment dat ik haar nodig heb. Leest mijn laatste opmerking op het even wonderlijke medium Whatsapp, maar heeft het te druk met haar eigen leven. Reageren, ho maar. Geen tijd om even in gesprek te gaan om me te kalmeren. Oké, dat kan, dat is modern tegenwoordig. Maar neem dan in godsnaam het fatsoen om even te zeggen dat je het te druk hebt, en er op een later moment op terug komt. Dat is wat ik fatsoenlijk vind. Geen reactie en ze laat me staan in de kou. Dan ga je ’s avonds denken, laat ik weer over me heen lopen of zeg ik er wat van? Dat laatste doe ik de volgende middag als ik, nu gezien, voor het laatst bij haar ben. Nog vrij beleefd zeg ik wat ik van haar manier van omgang vind. Ik krijg een weinig empathische reactie terug. Twee dagen lang blijft het stil van beide kanten.

Op 1 oktober, even na de klok van 12 uur in de nacht, is het voor mij Stoptober. Ik beëindig mijn relatie en laat mijn vader in nog steeds redelijk beschaafde woorden weten dat het genoeg is en hij mijn grens is gepasseerd. Het hoe en waarom maakt even niet uit. Behandel iemand zoals je zelf ook behandeld wilt worden, met respect. Halleluja, ik kom voor het eerst in mijn leven voor mezelf op. Ik raak in lichte euforie. Als ik dit kan, wat kan ik dan niet? Een lichte manische bries steekt op, niet geheel onopgemerkt door zowel mijn pleegmoeder als mijn psychiater, de antipsychotica van 2,5 naar 5 mg uit voorzorg. Ja, want als je een keer lekker in je vel zit loop je nog het risico ook om door het plafond heen te gaan. Wat een kloteziekte.

Nu een week later ben ik weer terug in de stabiele zone en dreig ik weer terug te zakken in het moeras dat depressie heet. Relatie weg, godzijdank, band met mijn biologische vader onder druk, en een vriend met wie ik eens wil praten over hoe met elkaar om te gaan. De tijd dat ik met me laat sollen is voorbij. Een positieve vibe blijft over die ik vast wil houden maar de depressie blijft zuigen. De manie zit er ook nog steeds blijkbaar. Die komt naar boven bij hevige stress. Soms vraag ik me af hoe ik oud ga worden met zo’n aandoening. Ik hoop er het beste van, blijf schrijven en werken aan mijn dromen. De muziek is mijn houvast en de mensen die om me geven zijn een steun in de rug.

2 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.